Haitiaanse Vereniging In Nederland

Haïti Nieuws – april 2022

Politieke impasse

De huidige politieke situatie bevindt zich in een impasse. Haïti wordt momenteel bestuurd door een interim-regering onder leiding van minister president Ariël Henry. Vanuit een breed spectrum van politieke en maatschappelijke organisaties (Montana Akkoord en Protocole d’Entente Nationale) wordt echter gepleit voor een Nationale Overgangsregering. Deze regering zou het land door een overgangsperiode van twee jaar moeten leiden om politieke rust en – en vooral! - veiligheid te herstellen. In januari hebben de betrokken organisaties een voorlopig president en premier gekozen voor deze transitieregering – respectievelijk Fritz Adolphe Jean en Steven Irvenson Benoit.

Vanuit de zittende interim-regering - die nog steeds gesteund wordt door de internationale gemeenschap - is er weinig toenadering tot deze transitieregering. Gehoopt werd dat Ariël Henry op afgelopen 7 februari – de dag waarop het mandaat van de vermoorde Jovenel Moïse afliep – zou aftreden. Nu de oorlog in Oekraïne volop de internationale aandacht opeist, lijkt hij zich vooral stil te houden in de luwte, in de wetenschap dat niets doen (tijd)winst voor hem is.


Onveiligheid

Ondertussen verslechtert de veiligheidssituatie in het land, en met name in en rondom de hoofdstad Port-au-Prince. Uit onderzoek van de mensenrechtenorganisatie CARDH blijkt dat het aantal ontvoeringen in de eerste drie maanden van 2022 gestegen is tot 225. Vergelijk dit met het eerste kwartaal van 2021: toen waren er 142 ontvoeringen. Naar schatting is 60% van de hoofdstad onder controle van bendes. Terwijl er enigszins succesvol is opgetreden tegen de beruchte Mawozo 400 bende (die van de ontvoeringen van een tiental Amerikaanse zendelingen), kunnen elders in de stad bendes ongestoord hun gang blijven gaan. De politie heeft een groot tekort aan mensen en middelen om effectief op te kunnen treden tegen de bendes. De bendes controleren ook de uitvalsweg uit de stad richting het zuiden en belemmeren daarmee de hulpverlening aan en de wederopbouw van de vorig jaar zomer door een aardbeving getroffen zuidelijke schiereiland. De onveiligheid en het algemene gevoel van machteloosheid en frustratie leiden tot rellen onder de bevolking. Eind maart werd in Les Cayes hierbij een vliegtuig van de zendingsorganisatie Agape Flight in brand gestoken.


Herdenking Grondwet 1987

Eind maart werd op Haïti stil gestaan bij de 35e verjaardag van de huidige grondwet. Deze grondwet - heeft een bijzondere plaats in de geschiedenis van Haïti. Op 7 februari 1986 ontvluchtte Jean-Claude Duvalier (Baby Doc) het land na een volksopstand. Daarmee kwam een einde aan het bijna dertig jaar durende schrikbewind van de Duvalier familie.

Een jaar later stemde op 29 maart de meerderheid van de bevolking in met een nieuwe grondwet. Deze grondwet was een krachtige reactie tegen de dictatuur van de Duvaliers. Om te voorkomen dat toekomstige presidenten de macht te lang in handen zouden houden, werd de presidentiële termijn beperkt tot twee niet aaneengesloten periodes van vijf jaar. De grondwet versterkte de macht van het parlement en bevestigde nadrukkelijk de burgerlijke en sociaaleconomische rechten van de bevolking. Bijzonder was ook de erkenning van het Kreyòl als nationale taal.

Sinds lang hebben Haïtianen echter begrepen dat het papier van de grondwet geduldig is. Tussen woorden en daden gaapt een grote kloof. Dit geldt ook voor de grondwet van 1987. Slecht beleid, financiële problemen, onduidelijkheid over interpretatie van de grondwet en niet in de laatste plaats staatgrepen, machtsmisbruik en politiek geweld hebben de verwezenlijking van veel artikelen van de grondwet belemmerd en tegengehouden. Het gezegde Konstitisyon se papye, bayonet se fè - de Grondwet is van papier, een bajonet van ijzer – weerspiegelt de realiteit.

35 jaar na de totstandkoming van de grondwet bestaat er brede consensus over de noodzaak om de grondwet aan te passen. Het risico dat dit echter gebeurt door politieke leiders die daarmee hun eigen belang - en dat van een kleine maatschappelijk elite - nastreven is reëel. Denk alleen maar aan de grondwetswijziging die voormalig president Jovenel Moïse wilde doorvoeren. Haïti heeft eerst veiligheid en politieke stabiliteit nodig om te kunnen komen tot een grondwet waar alle Haïtianen mee gediend zijn.


Wat houdt Haïtianen bezig?

Onveiligheid is het grootste probleem dat de Haïtiaanse bevolking in 2021 bezig hield. Dit blijkt uit een landelijk bevolkingsonderzoek van het OCID (Burgerwaarnemingscentrum voor de Institutionalisering van de Democratie).  62% van de ondervraagden geeft aan dat ontvoeringen en het toegenomen bendegeweld hun grootste zorg is. Voor 20 % van de ondervraagden is dat de economische situatie (kosten levensonderhoud, voedseltekorten, werkloosheid en armoede) en 9% benoemt de politieke situatie als datgene waar ze het meest wakker van liggen. In 2015 voerde OCID een vergelijkbaar onderzoek uit. Toen noemde 66% van de ondervraagden de economische situatie als grootste probleem en slechts 9%  onveiligheid.

Uit het onderzoek blijkt ook dat er groot wantrouwen is richting overheidsinstituten en -instellingen. Ook richting religieuze gemeenschappen (rooms-katholieke kerk, protestantse kerken en de vodou-gemeenschap) heerst de nodige achterdocht. Het vertrouwen in de media en hulporganisaties is laag. Het rapport spreekt over een “algehele vertrouwenscrisis”.  De verslechtering van de levensomstandigheden, het voortduren van de onveiligheid en de doorlopende politieke instabiliteit leiden ertoe dat de meerderheid van de bevolking Haïti zou verlaten als ze daartoe de kans kregen (84% van de mannen en 82% van de vrouwen).

Het rapport stelt enkele belangrijke vragen. Hoe kan het vertrouwen van de bevolking in de overheid weer hersteld worden? Wat moet er gedaan worden om de burgers zich weer veilig te laten voelen en hoe kunnen Haïtianen aangemoedigd worden om zich meer betrokken te voelen bij en deel te nemen aan de democratische ontwikkeling van hun land.